In de 18de eeuw werd mannelijkheid gezien als een trots op hun werk, een beschermende houding ten opzichte van hun echtgenotes en een aanleg voor goed sociaal gedrag. Daarnaast was het gebruikelijk om soms veel aandacht te besteden aan hun extravagante uiterlijk ook wel de Great Male Renunciation genoemd.
De verschuiving vóór de Tweede Wereldoorlog
Terwijl niet lang voor de Tweede Wereldoorlog eigenschappen als zorg en intellectualiteit, maar ook uiterlijke verzorging bepalend waren voor wat er als mannelijk gezien werd, sloeg na de oorlog het beeld van mannelijkheid over naar een persoon die individualisme, competitiedrift, apathie en onafhankelijkheid bij zich moest dragen. Deze eigenschappen waren tijdens de oorlog cruciaal om te vechten, maar thuis bleken ze, vastgeroest door trauma, moeilijk los te laten.
De media namen deze eigenschappen over en versterkten het idee dat ze inherent mannelijk waren. Het beeld van sterke, vechtende, alleenstaande mannen werd steeds gebruikelijker en sloeg aan bij het publiek. Denk aan films als Rambo, The Terminator. De eigenschappen die oorspronkelijk als een traumarespons waren gekomen, werden nu gezien als natuurlijke eigenschappen. Later kwam er ook nog bij dat mannelijkheid werd geassocieerd met eigenschappen als stoïcisme, zelfredzaamheid en focus op zelfverbetering, waarbij overmatige aandacht voor uiterlijk vaak als vrouwelijk of ijdel wordt beschouwd.
Oorlog als keerpunt in het mannelijk ideaal
Terwijl tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlogen veel meer diepgaandere werelden schuilgingen om met de gebeurtenissen om te gaan die plaatsvonden voor soldaten op een niet-gewelddadige manier.
Dragshows, pantomimevoorstellingen en zelfgeorganiseerde theaterproducties boden soldaten een uitlaatklep voor stress, hielpen bij het verwerken van emoties en gaven momenten van menselijkheid.
Een tijdelijke breuk met sociale normen
Deze voorstellingen waren vaak tijdelijk een veilige ruimte waar sociale normen konden worden getest: mannen speelden vrouwenrollen, konden grapjes maken over hiërarchie, en sommige troepen konden tijdelijk hun identiteit onderzoeken. Het luchtte op, omdat ze niet steeds hoefden te voldoen aan het strak gestileerde beeld dat er over hen geschetst werd, waar geen plek was voor zelfexpressie en een diverse representatie.
Censuur en het bewaken van het mannelijk beeld
De in 1940 genomen foto’s door fotograaf John Topham werden decennialang gecensureerd door het Britse Ministerie van Informatie. Om geen barst te laten komen in het officiële beeld van onverstoorbare soldaat.
Het laat zien dat mannelijkheid veel diverser en complexer is dan het hedendaagse stereotype voorstelt. En dat mannelijkheid bovendien kleurrijk, expressief, vriendelijk en collectief is geweest.
