Inclusie is een woord dat vaak wordt gebruikt, maar in de praktijk blijkt het lang niet altijd makkelijk. Jongeren met een beperking lopen regelmatig vast in zorg, onderwijs of begeleiding. Om beter te begrijpen wat inclusie écht betekent, sprak ik met Marly Janssen-Jacobs, coördinator bij het Centrum Consultatie & Expertise (CCE). Zij ondersteunt professionals, ouders en jongeren bij complexe zorgvragen, vooral wanneer de reguliere zorg vastloopt.
Volgens Marly betekent inclusie niet dat ieder kind per se mee moet doen in het reguliere onderwijs of bij een gewone sportclub. “Inclusie betekent voor mij dat ieder kind en ieder mens kan deelnemen aan het dagelijks en maatschappelijk leven, passend bij zijn of haar behoeften en mogelijkheden,” legt zij uit. Voor jongeren met een beperking betekent dit dat samen wordt gekeken waar zij zich prettig en veilig voelen. Dat kan op een reguliere plek zijn, maar soms ook juist op een specialistische plek.
Complexe zorgvragen
Het CCE krijgt vooral te maken met jongeren waarbij professionals vastlopen. “Het zijn jongeren waarbij men in de reguliere zorg niet meer weet wat te doen,” vertelt Marly. Vaak gaat het om jongeren met een verstandelijke beperking en bijkomende problematiek, zoals autisme, ADHD, angststoornissen of lichamelijke beperkingen. Het gedrag dat zij laten zien, zoals agressie of zelfverwonding, maakt de situatie complex. “Het lastige is dat men geen grip meer heeft op het gedrag en niet goed begrijpt waar het vandaan komt.”
Wanneer loopt het vast?
Volgens Marly kan vastlopen op verschillende manieren gebeuren. Soms weten professionals niet waarom een jongere bepaald gedrag laat zien. In andere gevallen is onduidelijk hoe ouders en zorg samen de juiste ondersteuning kunnen bieden. Ook wetgeving en financiering spelen een rol. “Gemeenten, zorgkantoren en instellingen krijgen het dan niet voor elkaar om samen passende zorg te regelen,” zegt zij. Hierdoor raken gezinnen het overzicht kwijt.
Hulp bieden of samenwerken
Een belangrijk verschil zit volgens Marly in hulp bieden versus samenwerken. “Samenwerken begint bij communicatie en echt proberen te begrijpen wat een jongere bedoelt met zijn gedrag,” legt zij uit. Gedrag is volgens haar vaak een vorm van communicatie. Wanneer een jongere merkt dat professionals en ouders hem écht willen begrijpen, ontstaat samenwerking. Dat geldt niet alleen voor de jongere, maar ook voor ouders. “Ook ouders moeten voelen dat ze gehoord worden.”
Beweging creëren
Het CCE probeert beweging te creëren in vastgelopen situaties door met een frisse blik te kijken. “Als mensen lang vastzitten, zien ze het geheel soms niet meer,” zegt Marly. Door opnieuw te luisteren en terug te geven wat zij zien en horen, ontstaat ruimte om anders naar de situatie te kijken. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de jongere, maar ook naar het hele systeem eromheen, zoals belangen van organisaties of financiële druk. Dat helpt om andere keuzes te durven maken.
De rol van ouders
Ouders spelen volgens Marly een grote rol in het proces. Zij kennen hun kind het best en hun motivatie is essentieel. “Ouders moeten zich gesteund voelen,” vertelt zij. Door aandacht te hebben voor hun verhaal, hun netwerk en hun draagkracht, blijven zij beter overeind in een vaak zware situatie.

Communicatie tussen school en zorg
In de praktijk gaat communicatie tussen school, zorg en ouders vaak mis. “Ouders hebben vaak losse gesprekken met iedereen apart,” zegt Marly. Hierdoor ontbreekt een gezamenlijk plan. Emoties en onduidelijkheid maken het extra lastig. Samen aan tafel zitten of één persoon laten coördineren kan volgens haar al veel verschil maken.
Een voorbeeld uit de praktijk
Marly noemt een voorbeeld van een jongen met een verstandelijke en lichamelijke beperking die agressie liet zien op school. Er was spanning tussen ouders en school en weinig vertrouwen. Door iedereen samen te brengen en aandacht te besteden aan de samenwerking, veranderde de situatie. Ouders voelden zich gesteund en de jongen merkte dat. Hierdoor nam de spanning af en kon hij zich weer beter ontwikkelen.
Zich gezien voelen
Wat jongeren met een beperking volgens Marly het meest nodig hebben, is niet anders dan bij ieder ander mens. “Waardering en gezien worden,” zegt zij. Het is belangrijk om te blijven kijken naar de persoon zelf en niet naar het label of de beperking.
Volgens Marly begint echte inclusie bij luisteren, samenwerken en maatwerk. Niet ieder kind past in hetzelfde systeem, en dat is volgens haar ook helemaal niet erg.
