Rens is 31 jaar en heeft het syndroom van Down. Zijn week zit vol vaste momenten. “Ik werk vijf dagen in de week,” vertelt hij. “Ik doe eigenlijk best veel.” Werken is voor hem belangrijk. Het geeft structuur en zorgt ervoor dat hij bezig blijft. Doordeweeks werkt Rens op verschillende plekken. Hij doet werk op stal en helpt in de tuin. “Het werken vind ik fijn,” zegt hij. “Dan ben ik gewoon bezig.” Naast zijn werk heeft hij een vaste vriendengroep. “We zijn samen opgegroeid,” vertelt hij. Ook zijn broer hoort bij die groep. Samen zijn en dingen delen hoort bij zijn dagelijks leven.
Voetbal als vaste plek
Voetbal speelt een grote rol in het leven van Rens. Hij voetbalt bij een team in Horst-America en staat meestal op doel. “Ik ben keeper,” zegt hij trots. Eén keer per week traint hij en in het weekend speelt hij wedstrijden, meestal op zaterdag. Het leukste aan voetbal is voor hem duidelijk. “Veel ballen tegenhouden,” zegt hij lachend. Maar het gaat niet alleen om het spel. “Het is ook gewoon gezellig.” Na de wedstrijden gaat hij vaak met zijn team de kantine in. Met het team doet hij ook mee aan toernooien. “We worden vaak eerste,” vertelt hij. Voor Rens draait voetbal vooral om samen zijn en onderdeel zijn van een groep.
Vrienden, muziek en plezier
Naast voetbal houdt Rens van muziek en uitgaan. Hij gaat graag naar de disco en luistert vooral naar Nederlandstalige muziek. “Dat vind ik leuk,” zegt hij. Hij gaat daarheen met vrienden en met zijn vriendin. “Ik heb al twee jaar en zeven maanden een vriendin,” vertelt hij trots. Samen leuke dingen doen vindt hij belangrijk.
In zijn vrije tijd gamet Rens ook graag. Zijn favoriete spel is FC 26. Dat speelt hij meestal samen met anderen. Als hij thuis is, helpt hij zijn vader vaak met tuinwerk. “Dan help ik gewoon mee,” zegt hij. Zo blijft hij ook buiten zijn werk actief.

Kijken naar later
Over de toekomst denkt Rens rustig na. Hij weet goed wat hij zou willen. “Ik wil graag in de horeca werken,” vertelt hij. Vooral de bediening lijkt hem leuk. Hij heeft al werkervaring, onder andere in een supermarkt. “Mensen helpen vind ik fijn,” zegt hij. Rens woont al bijna tien jaar op dezelfde plek en voelt zich daar thuis. “Alles is hier fijn,” vertelt hij. De omgeving en de mensen geven hem een veilig gevoel. Hij heeft er goede vrienden gemaakt en voelt zich er op zijn gemak. Ook bij activiteiten zoals carnaval doet hij graag mee. “De gezelligheid met de mensen,” vindt hij het allerleukst.
Meedoen is voor mij normaal
Rens praat niet veel over uitsluiting. Hij benoemt het niet direct, maar zijn verhaal laat zien hoe belangrijk het voor hem is om mee te doen. Werken, sporten, vrienden en samen activiteiten doen geven hem energie. “Gewoon meedoen,” zegt hij eigenlijk steeds opnieuw, zonder het letterlijk zo te noemen.
Zijn verhaal laat zien dat erbij horen niet ingewikkeld hoeft te zijn. Voor Rens is het vooral heel normaal.
