Het is de nachtmerrie van elke voetballer: een blessure die niet alleen je seizoen, maar je hele carrière breekt. Marco Neuvel weet hoe dat voelt. De voormalig Ajax-jeugdspeler leek op weg naar een carrière in het profvoetbal, maar zag zijn droom al snel stranden door aanhoudend blessureleed.
Jaarlijks moeten duizenden Nederlandse voetballers hun profambities opgeven vanwege blessures. Neuvel is één van hen. De oud-jeugdspeler van Ajax werkt tegenwoordig als zelfstandig coach van coaches en is adviseur bij sportverenigingen en onderwijsinstellingen.
Neuvel doorliep alle jeugdteams van Ajax, van O15 tot Jong Ajax. Op zijn negentiende tekende hij een profcontract bij HFC Haarlem, toentertijd actief in de Eerste Divisie. Het leek de logische volgende stap, maar juist daar ging het wederom mis.
Al bij Ajax kampte de oud teamgenoot van onder andere Siem de Jong en John Heitinga met fysieke problemen. “Ik groeide enorm snel, waardoor ik last kreeg van mijn rug en knieën. Op een gegeven moment lag ik er zelfs een heel jaar uit.” Voor een jeugdspeler met profambities is zo’n lange blessure een heuse klap. Toch erkent hij dat Ajax toen een ding goed deed. “Halverwege het seizoen kreeg ik al te horen dat ik mocht blijven, ondanks dat ik nog geen minuut had gespeeld. Dat gaf me weer een beetje rust.”
Herstel
Bij HFC Haarlem sloeg het noodlot wederom toe. “Eerst scheurde ik mijn meniscus, later mijn voorste kruisband. De revalidatie duurde uiteindelijk bijna twee jaar door complicaties en nieuwe operaties. In totaal ben ik zes à zeven keer geopereerd aan dezelfde knie.”
Over zijn herstelproces kreeg hij van de fysio het ‘standaardplaatje’ geschetst, maar de revalidatie verliep iets anders dan het standaardbeeld. “Mijn chirurg schetste een standaardplaatje: negen maanden, krukken, fietsen, rustig opbouwen. Alleen dat schema moest steeds worden bijgesteld, omdat ik na negen maanden nog lang niet fit was.”

‘Dat was bitter’
De impact van zulke blessures is niet alleen fysiek. “Je schrikt. Je denkt echt: dit is het, ik kom niet meer terug. Misschien nog op amateurniveau, maar niet hoger.” Na zijn tweede zware blessure moest Neuvel de profdroom in zijn hoofd definitief loslaten. “Na de eerste keer dacht ik nog: misschien kan het. Maar later niet meer. Dat was bitter.”
Die mentale klap is herkenbaar voor veel geblesseerde sporters. “Als voetbal wegvalt, moet je opnieuw nadenken over wat je wilt. Je identificeert jezelf volledig met sport. Daarom zou ik elke sporter adviseren om altijd iets naast sport te hebben.”
Neuvel deed dat zelf ook. Hij combineerde zijn carrière bij Haarlem met de studie Sportmarketing aan de Johan Cruyff University. “Ik was de enige van de selectie die daarnaast studeerde. Dat heeft me enorm geholpen. Afleiding is cruciaal. Je moet niet alleen maar met je sport bezig zijn.”
Afstand tot het team
Intussen ging het team door: trainingen, wedstrijden, kleedkamergrappen. Belangrijke onderdelen van het voetbal, waarbij de ex-HFC-speler amper bij werd betrokken. “Je sprak elkaar wel, bij Ajax studeerden we samen, maar dat is anders dan op het veld of in de kleedkamer,” geeft de oud linksachter aan. “Wat ik lastig vond, is dat er weinig werd gedaan om je echt betrokken te houden.”Volgens hem lag daar een gemiste kans. “Je had op de bank kunnen zitten, mee kunnen denken over tactiek. Dat gebeurde nauwelijks.” Soms werd de afstand zelfs letterlijk gemaakt. “Dan zat je in een aparte fysio-kleedkamer, los van het team. Dat helpt niet.”
Psychologische begeleiding vanuit de club kreeg hij niet en werd ook niet door de Amsterdammers aangeboden. “Nee, ik zocht veel steun bij mijn vrienden en familie. Van clubzijde was er niet veel.”
Door zijn blessures keerde Neuvel op 21-jarige leeftijd terug naar het amateurvoetbal bij De Zouaven, zijn oude club die in die tijd uitkwam in de Hoofdklasse, het derde hoogste niveau van Nederland. “Ik keerde terug met in mijn achterhoofd de gedachte dat als ik weer fit zou worden, ik dan wel zou kunnen terugkeren naar het hoogste niveau. Ik was natuurlijk ook nog redelijk jong.” Maar die gewilde en gehoopte stap omhoog kwam er niet. Na opnieuw een zware knieblessure scheurde hij wéér zijn voorste kruisband. Op 22-jarige leeftijd stopte hij definitief met voetballen.

‘Betrek ze echt’
In zijn huidige werk gebruikt Neuvel zijn ervaringen als dat relevant is. “Ik breng het niet actief in, maar als het gaat over spelers betrekken, gebruik ik mijn verhaal soms als voorbeeld. “Wat kunnen clubs beter doen? Zijn antwoord is helder. “Betrek ze écht. Geef ze een rol. Laat jonge spelers bijvoorbeeld wissels bijhouden, mee op de bank zitten, nadenken over de tegenstander.”
Onderzoek ondersteunt die visie. Studies van FIFPRO tonen aan dat spelers die tijdens hun revalidatie structureel contact hielden met hun team 43 procent minder kans hadden op depressieve klachten. Toch blijft de vraag: wat gebeurt er met spelers als de camera’s weg zijn? Marco Neuvel nam ons mee in een kijkje achter de schermen en kent het antwoord op die vraag wel: “Je bent aan je lot overgelaten.”
