Leven met Borderline en ADHD “Ik weet niet wat er aan de hand is en mensen verwachten dat wel.”

In het dagelijks leven worstelt Lene -zoals in de documentaire naar voren kwam- met dingen in het dagelijks leven. Denk aan naar school gaan, reizen met het openbaar vervoer en andere taken die voor veel mensen heel normaal zijn.

Niet iedereen reageert positief op Lene. Aan de buitenkant kun je namelijk niet zien waar iemand mee worstelt. Sommige mensen vinden het moeilijk om te begrijpen waarom Lene op een bepaalde manier reageert. Zeker omdat zij zelf soms ook niet weet waarom ze zo reageert.

Samen met haar hebben we drie gebeurtenissen uit haar dagelijks leven uitgewerkt. Je leest eerst het begin van het verhaal, waarin de situatie wordt uitgelegd. Daarna beantwoord je de vraag onderaan het artikel. Vervolgens lees je hoe het verhaal verdergaat.

School en projecten

Lene zit op school in Sittard. Ze doet de opleiding interieuradviseur design.

“Voor school hebben we veel projecten. Naar een van die projecten keek ik heel erg uit,” vertelt ze mij. Ze moesten namelijk een hotelkamer inrichten van een architect.

“We konden kiezen uit verschillende architecten, ik koos voor de Japanse architect Tadao Ando. Eerder was ik nog niet bekend met zijn werk, maar door dit project ben ik een fan geworden. Ik had helemaal in mijn hoofd: zó gaat het eruitzien. Dan gaat het allemaal goed en dan opeens loop je vast. Daar komt dan voor mij het moeilijke.”

Haar perfectionisme is hierin ook een valkuil. Als iets niet voldoet aan Lene’s eigen standaard, loopt ze vast.

Niet alleen het vastlopen, maar ook de communicatie met haar ouders vindt ze lastig. “Ik zeg tegen mijn ouders. Tegen iedereen, dat het goed gaat, dat ik het leuk heb met het project. En dan lukt het opeens niet meer. Ik probeer mijn best echt, maar het gaat gewoon niet.”

Wat gebeurt er als Lene vastloopt in een project? (Klik op het pijltje voor het antwoord.)
A. Miscommunicatie en frustratie
B. Drama en angst
C. Fysiek is de oplossing

Miscommunicatie en frustratie

“Er ontstaat miscommunicatie met mijn ouders. Daardoor raak ik meer bezwaard en wil ik juist minder doen”

Lene heeft namelijk niet graag hulp. Ze is iemand die het liefst zelf wil uitvolgenen hoe ze verder moet als ze vastzit. “Iedereen probeert zich ermee te bemoeien, zowel mijn ouders als leerkrachten. Dan voelt het geforceerd en daar kan ik niet goed mee omgaan. Daardoor ontstaan er bijvoorbeeld ruzies tussen mij en mijn ouders.” Dit zorgt voor veel frustraties bij Lene.

Lene wil het wel heel graag. Ze heeft een passie voor interieurdesign. Alleen als iets niet lukt, zit ze daar erg mee. Het liefst verstopt ze zicht dan en wil ze niet meer naar het project kijken. Hulp accepteren vindt ze ook lastig. In deze situatie is het een combinatie van meerdere factoren die ervoor zorgt dat ze zo reageert.

“Het meest vermoeiende is dat ze blijven vragen wat er is. Wat is er dan? Waarom voel je je zo? Daar heb ik zelf ook geen antwoord op. Ik weet niet wat er aan de hand is en mensen verwachten dat wel. Ik wil er niet mee geconfronteerd worden. Vooral omdat ik het zelf ook niet kan uitleggen.”

Van hyperfocus naar verslaving

Lene heeft wel uitlaatkleppen: dingen waarin ze hellemaal haar ei kwijt kan. In haar hobby’s kan ze ook een hyperfocus krijgen. “Als ik iets leuk of interessant vind, kan ik me daar extra goed op concentreren.” Maar ook daarin kan ze doorslaan.

“Toen ik jonger was, speelde ik heel graag Welcome to Bloxburg op roblox. Het is een soort levenssimulator. Je kunt werken, geld verdienen en leuke activiteiten doen met vrienden.” Maar de grootste reden waarom ze het speelde, was het ontwerpen van je eigen huis. “Er zijn zoveel mogelijkheden in Bloxburg. Je kon je eigen meubels ontwerpen, iets unieks maken dat niemand anders had, huizen tot in de details bewerken en je tuin hellemaal zelf inrichten. Je kon het zo gek maken als je zelf wilde.” Lene voegt toe dat daardoor haar passie voor interieur vandaan komt.

Mensen met ADHD zijn vaak gevoeliger voor verslavingen. Lene is daarop geen uitzondering.

“Ik was zo obsessed met die game dat ik bijna niets anders meer wilde doen. Niet naar school gaan, niet afspreken met vriendinnen, niet eten. Eigenlijk gewoon helemaal niets meer.” Ze zat er echt hellemaal in.

Wat ze in die periode ook veel deed, was bellen met een vriendin. “Ik belde dan vaak ’s avonds met een goede vriendin van mij. Dan speelden we samen de game en kon ik laten zien wat ik allemaal had gemaakt.” Die vriendin had zelf geen idee hoeveel Lene daadwerkelijk Bloxburg speelde.  

Hoe lang heeft Lene de game aan een stuk doorgespeeld? (Klik op het pijltje voor het antwoord.)
A. 2 dagen
B. 4 dagen
C. 1 week

1 week

“De langste periode dat ik de game volop heb gespeeld, was een hele week. In die week had ik weinig slaap en nam ik korte pauzes, om zo veel mogelijk op het spel te blijven.” Het ging dus van een kleine uitlaatklep naar een verslaving waar geen einde aan leek te komen.

“Het enige waar ik aan dacht, was spelen. Als ik op school zat, wilde ik zo snel mogelijk naar huis. Zoals ik al zei: zelfs eten en slapen deed ik niet veel meer. Ik wilde constant spelen.” Ook kreeg ze er veel stress van, vooral wanneer ze niet online was. “Ik dacht nergens anders meer aan. Ik had superveel ideeën voor ontwerpen en met Bloxburg kon ik die kwijt.”

“Het was het enige waar ik mezelf goed in vond. Daardoor kwam ik elke keer weer terug.”

Lene is een perfectionist. “Ik kon ermee doorgaan zonder consequenties. Het was rustgevend en Je zit nergens aan vast. Je hebt geen deadline. Je zit dan helemaal in je eigen wereldje.”

Deze verslaving heeft ze gelukkig niet meer. “Als ik erop terugkijk, was ik echt verslaafd. Ik schaamde me er ook voor. Ik had het tegen niemand verteld hoeveel ik de game daadwerkelijk speelde. Als ik een huis liet zien aan een vriendin, zei ik gewoon dat ik snel was in bouwen. Zo hoefde ik niet uit te leggen dat ik de hele dag al online was en aan het spelen.”

Af en toe kijkt ze nog terug in de game om te kijken wat ze allemaal had gemaakt. Maar zoveel als toen speelt ze al jaren niet meer.

Bijbaan

Haar eerste bijbaantje was bij een Chinees restaurant/cafetaria. “Ik was nerveus om een baantje te vinden. Ik wilde op een fijne werkplek terechtkomen.” Die had ze uiteindelijk gevonden, in Valkenburg. “Het ging me goed af. Alles liep foutloos, het was fijn en ik deed erg mijn best. Wel vond ik het een beetje moeilijk, omdat ik nog geen horeca-ervaring hiervoor had.”

Maar na een paar weken gewerkt te hebben werd het steeds raarder. “Ik maak weleens fouten en dat geef ik ook toe. Dus zelfs als ze die fout nog niet hadden gezien, gaf ik al aan dat ik die had gemaakt. Op een gegeven moment kreeg ik daardoor de schuld van alles wat misging.”

Het liep steeds verder uit de hand “Als iemand anders een fout maakte, kreeg ik de schuld. Daardoor mocht ik een tijdje geen bestellingen meer opnemen of niet meer achter de bar staan.” Lene wist niet goed wat ze met de situatie aan moest. “Ik probeerde het uit mijn systeem te laten, maar heel vaak ben ik naar de wc gegaan om te huilen.

 “Ik ging met steeds minder plezier naar mijn werk. Als je al faalangst hebt en vervolgens overal de schuld van krijgt, maakt dat je echt gefrustreerd. Vooral als je weet dat je het niet hebt gedaan.”

De laatste druppel kwam daarom al snel. “Zoals gewoonlijk kreeg ik weer de schuld van een fout die was gemaakt. Nog geen vijf minuten later zag ik de eigenaresse van het restaurant precies dezelfde fout maken als waar ik voor beschuldigd was. Drie keer raden wie daar de schuld van kreeg. Jawel, ik. De emmer liep over. Ik besloot kort daarna te stoppen bij dat restaurant.”

Lene heeft dus geen goede eerste ervaring met een bijbaan.

Wat heeft Lene overgehouden aan deze werkervaring? (Klik op het pijltje voor het antwoord.)
A. Angst
B. Frustratie
C. Erge woede
 

Angst

“Ik kreeg een angst voor werk. Ik wil mijn werk zo goed mogelijk doen. Door die eerste ervaring maakte ik mezelf extra bang dat het opnieuw mis zou kunnen gaan op de werkvloer.”

Toen ze bij het restaurant werkte, wist Lene nog niet dat ze Borderline had. Wel wist ze al dat ze ADHD had.

Nu ze de diagnose heeft gekregen, vindt ze het extra moeilijk om een nieuw baantje te vinden. “Mijn inzet speelt daar nu ook een rol in. Door mijn Borderline kan ik niet altijd dezelfde inzet tonen als mijn collega’s, vooral op mindere dagen. Het kan heel spontaan omslaan. Ik heb daar zelf ook niet altijd controle over. Daardoor kan ik Niet altijd voor de volle 100 procent geven. Wat mijn een werkgever wel van mij verwacht.”

“Ik moet alles perfect kunnen doen. Als ik dat van tevoren al niet zeker weet, dat ik iets foutloos kan uitvoeren, krijg ik al angst. Als die garantie er niet is, wil ik het vaak al niet meer doen.”

Ondertussen heeft Lene wel een nieuw bijbaantje kunnen vinden. Ze werkt nu als schoonmaakster op een camping, waar ze de chalets schoonmaakt. Gelukkig voelt ze zicht daar op haar plek. Eind goed, al goed.