Het middelbaar beroepsonderwijs, beter bekend als het mbo, telt momenteel bijna een half miljoen studenten. De praktijkgerichte onderwijsrichting bereidt studenten voor op de echte werkvelden, zoals de zorg, horeca en techniek waar dringende personeelstekorten heersen. Kortom: het mbo is onmisbaar voor de voortgang van Nederland, maar toch kampt het met onderschatting en onderwaardering. De verwachting is dat het aantal mbo’ers gaat dalen, terwijl we ze juist meer nodig gaan hebben. Waarom wordt deze vitale groep zo uitgesloten?
Wat is het mbo en de kracht van het mbo
Zo’n 40% van de Nederlandse bevolking heeft een mbo-opleiding. Zij zijn te vinden als stratenmakers, zorgmedewerkers, ICT’ers en beveiligers en zorgen ervoor dat Nederland gezond en veilig blijft. In 2024 zijn er zo’n 150 tot 160 duizend nieuwe mbo’ers bijgekomen. De groep bestaan uit een diverse instroom van gediplomeerde vmbo-leerlingen, werkenden en mensen met een uitkering. De studenten hebben keuze uit meer dan 400 opleidingen. De opleidingen variëren van veel praktijkervaring tot een combinatie van praktijk en theorie.
Verschillende niveaus
Het mbo heeft vier niveaus, bepaald door het behaalde vmbo-diploma. Elk mbo-niveau vertelt welke baan je kunt invullen op de werkvloer.
Niveau 1, de entreeopleiding, bereidt voor op assistent-functies, zoals assistent logistiek. De opleiding constructiewerker behoort tot niveau 2, de basisberoepsopleiding, vooral uitvoerend en praktisch werk. Niveau 3, de vakopleiding, leidt op tot zelfstandige beroepsuitoefening, zoals pedagogisch medewerker. En tot slot niveau 4, de middenkaderopleiding, maakt studenten breed inzetbaar en specialistisch.
BBL en BOL
Mbo-opleidingen zijn ook onderverdeeld in veel praktijk of veel theorie. Je kunt kiezen uit twee leerwegen: Beroepsbegeleidende leerweg (BBL), waar de focus ligt op praktijk. Je werkt drie tot vier dagen bij een erkend leerbedrijf en gaat één dag naar school voor theorielessen. Dit wordt gedaan bij opleidingen zoals bouwvakker en timmerman, omdat praktijkervaring cruciaal is. Ook heb je de beroepsopleidende leerweg (BOL) wat vooral bestaat uit theorie. Je bent vijf dagen per week op school, leert de theorie en past deze toe tijdens opdrachten en twee stages. Voorbeeld opleidingen zijn mediavormgever, kapper en fotograaf.
Het is “maar” mbo
Het mbo is uniek van opzet, rijk in aanbod en trekt verschillende soorten mensen uit de samenleving. Het imago van ‘minder’ raakt de student zelf ook. Bij het vinden van een stage ervaren studenten bijvoorbeeld dat ze niet worden teruggemaild of worden afgewezen omdat het een hbo-functie is. Dit heeft effect op hoe mbo-studenten zichzelf ziet.
De gedachte dat hbo beter is, komt deels doordat we hiërarchisch kijken naar het onderwijssysteem en niet naar de waarde van opleidingen. Het begint onschuldig met ouders die hun kinderen stimuleren om het hoogste te behalen. In 2025 gaven ouders zo’n 18 miljoen euro uit aan bijles, vaak met de hoop dat hun kind een havo- of vwo-advies behaalt. Maar wat als wij als samenleving meer inhoudelijke waarde gingen hechten aan het mbo? Het mbo is tenslotte de basis voor de cruciale beroepen in Nederland.
De vraag naar mbo’ers blijft stijgen, terwijl het aantal studenten flink daalt, mede door de onderwaardering. Dit levert diverse problemen op voor onze samenleving. Maar hoe is dit probleem eigenlijk ontstaan? In het volgende artikel focussen we op een van de oorzaken, namelijk ons taalgebruik.
