We leven in een presentatiemaatschappij, waarin het allerhoogste willen behalen. Het mbo leidt daaronder, omdat mbo het eerste op de treden van onderwijsrichtingen is. De waarde van het mbo niet goed worden gerepresenteerd in de maatschappij. Zo heeft de overheid pas in 2020, mbo’ers erkend als studenten in plaats van leerling. Dan denk je misschien: het is maar een woord. Maar woorden hebben effect, positief en negatief.
Het Landelijke Aktie Komitee Scholieren (LAKS) zag dit ook en publiceerde in 2025 de taalgids. In de gids worden vraagtekens gezet bij de termen die we dagelijks gebruiken en stelt positieve alternatieven voor. De termen “op- en afstromen” en “onderwijsrichting” vervangen de oude begrippen “doorstromen” en “onderwijsniveau”. En tot slot hoog- en laagopgeleiden. Op deze term leggen we een loep. Want deze term is erg slecht voor het imago en student.
‘Hoog’ en ‘laag‘
Opleidingsniveaus worden weleens de nieuwe verzuiling genoemd, kijk eens hoe genormaliseerd de termen hoog en laag opgeleid zijn. Mbo’ers worden in de categorie ‘laagopgeleid’ geplaatst en hbo’ers en wo’ers vallen in de categorie ‘hoogopgeleid’. Voor ‘hoogopgeleiden’ bestaan er exclusieve datingsites en verzekeringen voor ‘hoogopgeleiden’, maar voor laagopgeleiden niet. Maar ja, zou jij je willen aansluiten bij een verzekering die je labelt als ‘laag opgeleid?
De woorden bevatten waardeoordelen waardoor je automatisch gaat categoriseren. Hoog klinkt als goed en verheven terwijl laag klinkt als minder en nutteloos. Mbo’ers worden in het hokje ‘laag’ geplaatst en dat zie je terug in de media. Vaak gaat de term laagopgeleiden gepaard met negatieve nieuwsberichten. Hoog en laag zijn niet de juiste aanduiding voor onderwijsvormen. Het mbo, hbo en wo hebben allemaal hun unieke waardes. Vooral voor het mbo is het belangrijk dat hun eigen waardes benoemd wordt en daar past de term laag niet bij.
Positieve alternatieven
Daarom heeft het LAKS ervoor gekozen om elke onderwijsvorm specifiek te benoemen. Dus geen ‘hoog’ of ‘laag’ opgeleiden maar mbo-, hbo- en wo-opgeleiden apart benoemen. Als we de opleidingen specifiek gaan benoemen, voegt dat waarde aan het mbo. Mbo-studenten hoeven zich niet te schamen wanneer ze vertellen dat ze mbo’er zijn, want er zit dan geen waardeoordeel aan. Soms ervaren studenten nog desinteresse van andere in hun opleiding omdat het ‘laag’ imago er nog omheen hangt. We hebben mbo’ers keihard nodig, en er moet gestopt worden met het categoriseren op niveau. Taalgebruik kan een probleem zijn, maar het kan ook dienen als hulpmiddel. Dan moet het alleen op het juiste manier worden gebruikt.
Mijn voorstel:
We behouden het mbo, hbo en wo maar op het diploma staat wat je vaardigheden zijn die je op de opleiding hebt geleerd. Zo gaan mensen en bedrijven meer kijken naar de kwaliteiten in plaats van opleidingsniveaus. Dit is vooral fijn voor op de arbeidsmarkt. Zo creëren we een arbeidsmarkt die gefocust is op vaardigheden en niet op niveaus.
Hoe gaan bedrijven nu om met de krapte op de arbeidsmarkt? In het vervolgartikel spreek ik met een arbeidsdeskundige over de arbeidsmarkt voor mbo’ers.
Benieuwd wat de mbo’er zelf denkt? Luister dan nu naar de podcast: mbo’ervaring. En hoor Amber, een trotse mbo’ers over haar mbo ervaring!
