Onder het kopje ‘meldingen toestaan van…’ bij de functie slaapstand op haar telefoon staan een aantal mensen vermeld. Ze is nog nooit wakker geworden van een telefoontje. Iedere ochtend als zij wakker wordt, kijkt ze op haar telefoon en staat daar: ‘0 notificaties’. Ze loopt de trap af en de woonkamer binnen, waar niemand is. Fenna is dertien wanneer ze voor het eerst merkt dat zij zich in haar vriendinnengroep alleen voelt.
“Als je dertien bent denk je niet meteen aan eenzaamheid. Je vraagt je af waarom je vriendinnetjes jou minder leuk vinden dan de andere meiden in je groepje. Je gaat je na een tijdje maar gedragen als de andere meiden in je klas, in de hoop dat je er dan wel bij hoort. Maar als je dat te lang doet, vergeet je bijna wie je eigenlijk bent.”
Zal ik je vriendinnetje zijn?
Toen Fenna klein was had zij altijd al één persoon tegen wie ze opkeek: haar oudere broer. “Mijn broer kon altijd heel makkelijk vriendjes maken op vakanties, ik had daar altijd moeite mee. Het leek bij hem allemaal zo makkelijk te gaan. Hij liep dan naar de caravan naast ons, waar natuurlijk heel toevallig een Nederlands gezin zat, en vroeg of de jongetjes met hem wilden spelen. Binnen twee minuten was het geregeld.
Ik was altijd bang voor afwijzing. Mijn moeder vertelt wel eens verhalen over vakanties waar ik wel vriendinnetjes had, maar daar herinner ik me niets meer van. Ik herinner me alleen de vakanties waar het vriendinnetjes maken misging, of waar mijn vader het zielig begon te vinden en dan maar zei: ‘Zal ik jouw vriendinnetje zijn?’ Hoewel dat ook superleuk was, miste je toch het contact met andere kinderen. Soms heb ik het idee dat het gevoel van alleen zijn daar al begon.”
Bij wie pas ik dan wel?
De middelbareschooltijd is de periode waarin veel jongeren zichzelf leren kennen. Je zou het best een van de meest kwetsbare periodes uit je leven kunnen noemen.“Op de middelbare school heb ik veel vriendengroepen gehad. In de eerste twee jaar was ik bevriend met een aantal meiden uit mijn klas, maar na een tijdje had ik door dat ze mijn nichtje (die ook onderdeel was van ons groepje) begonnen te pesten. Daardoor is mijn nichtje ook heel lang boos geweest op mij, omdat zij vond dat ik het voor haar op had moeten nemen. Ik snap haar nu wel, maar als ik heel eerlijk ben was ik ook gewoon bang dat, als ik er iets van zou zeggen, de andere meiden mij ook zouden gaan pesten.
Mijn nichtje vond nieuwe vrienden en na ongeveer een jaar geen contact te hebben gehad, vonden we allebei dat het tijd werd om het goed te maken. We gingen steeds weer meer met elkaar om, ook op school. De meiden uit mijn klas vonden dat niet leuk en begonnen mij uit te schelden als ik in de pauze bij andere vrienden ging zitten en dus niet bij hen. Hierdoor had ik al snel door dat zij geen echte vriendinnen waren.
In de derde klas kwam ik in een andere klas en leerde ik dus ook andere mensen kennen. Binnen een paar dagen had ik al nieuwe vriendinnen gemaakt. We zaten vaak samen in de pauze en met deze meiden was het echt gezellig. Ik ging nog steeds regelmatig met de vrienden van mijn nichtje om en werd rond Halloween uitgenodigd voor een feestje. In de uitnodiging stond heel duidelijk: ‘Kom verkleed!’
Op de avond van het feestje stuurde ik mijn nichtje een appje om te vragen wat zij en een aantal andere meiden aandeden, omdat ik het zelf niet goed wist. Zij reageerde: ‘Dat is een verrassing, dat zie je daar wel.’ Ik deed uiteindelijk een shirt aan met nepbloedspetters die mijn broer had gemaakt en deed wat nepbloed op mijn gezicht. Mijn vader bracht mij naar het feestje; hij vond het leuk dat ik weer eens iets te doen had in het weekend.
Ik liep naar binnen en zag dat niemand verkleed was. Iedereen begon te lachen, alsof ze een grapje hadden uitgehaald. Ik kon er niet om lachen. Ik schaamde me dood en dacht alleen maar: hoe kan je dit nou bij je vrienden doen? Ze hebben gewoon tegen me gelogen. Het ergste vond ik dat mijn nichtje degene was die tegen mij had gezegd dat iedereen verkleed zou zijn. Zij was juist degene die wist hoe het was om als enige buiten een vriendengroep te staan.
Ik heb die avond niet laten merken dat ik het niet leuk vond wat ze hadden gedaan, maar na die avond ben ik nooit meer naar een feestje van hen gegaan. Ik heb me lang afgevraagd of ik me niet gewoon aanstelde en overdreven reageerde, maar iedereen aan wie ik dit verhaal nu vertel, kijkt me aan met de reactie hoe lullig dit eigenlijk is.”
Altijd onder de mensen, maar toch alleen
“Toen ik vijftien was ging ik op vakantie met mijn ouders en een vriendin die ik al sinds de basisschool kende. Op deze vakantie leerden wij een groep jongens kennen, waarvan ik er één wel heel erg leuk vond. Ook na de vakantie spraken we elkaar regelmatig en een half jaar later kwam hij naar Brabant om carnaval te vieren. We hadden een leuke avond in de stad, maar daarna heb ik nooit meer iets van hem gehoord.
Ik vertelde dit aan die vriendin en aan een andere jongen die we die zomer hadden leren kennen, omdat ik er erg van baalde dat hij niet meer terug appte. Hun enige reactie was: ‘Iedereen wist al dat hij jou niet écht leuk vond.’ Ik voelde me dom en niet leuk genoeg. Ze zeiden dat ze even geen contact meer met mij wilden omdat ze me te negatief en dramatisch vonden. Mijn zelfbeeld ging hierdoor drastisch naar beneden.
Ik ben nog een tijd bevriend gebleven met hen, omdat ik dacht dat ik dit soort vriendschap verdiende. Ongeveer een jaar geleden besefte ik dat ik veel beter verdien dan deze mensen en heb nu dan ook geen contact meer met deze ‘vrienden’.
Toen ik vijftien was begon ik ook met werken bij een restaurant. Hier maakte ik al snel vrienden met de andere jongeren die hier werkten. Na een tijdje spraken we ook vaak na het werk nog af om wat te gaan drinken of in de zomer bijvoorbeeld naar een zwemvijver te gaan. Voor ruim een jaar had ik de leukste vrienden, maar ging het moeizaam op school.
Ik zat in de eindexamenperiode van de middelbare school en vond dit echt super lastig. Ik had heel veel stress, maar eigenlijk niemand om hier mee over te praten. Ik besefte me dat ik genoeg vrienden had om leuke dingen mee te doen, maar eigenlijk niemand had bij wie ik echt terechtkon met dingen die me dwars zaten. Ik kreeg depressieve gevoelens en wilde niets liever dan me weer goed voelen. Dit heeft een hele lange tijd geduurd.”
Een echt maatje
Na de middelbare school ga je naar een opleiding waar je weer veel nieuwe mensen leert kennen. Fenna vertelt dat zij dit echt heel spannend vond.“Ik ging naar een nieuwe school, in een nieuwe stad. Ik moest met het openbaar vervoer in plaats van met de fiets en leerde allemaal nieuwe mensen kennen. In het eerste anderhalf jaar van mijn opleiding had ik wel mensen met wie ik omging, maar ik zag hen alleen op school. Met de meiden van de middelbare school had ik steeds minder contact, omdat we eigenlijk gewoon uit elkaar gegroeid waren. Wel had ik veel contact met de vrienden op mijn werk.
Tijdens het tweede jaar van mijn opleiding kreeg ik steeds meer contact met een meisje uit mijn klas. Het klikte snel en zij voelde als een oprechte vriendin. Ik vertrouwde haar snel en kon echt met haar praten. Dat is iets wat ik nog nooit eerder bij een vriendin had gehad. Inmiddels zijn we een tijd verder, maar onze vriendschap wordt alleen maar sterker, waar ik heel blij om ben. Ik heb nu echt een maatje.”
Een herkenbaar gevoel
Inmiddels is Fenna bijna twintig en heeft ze een beter beeld van wie ze is en wat ze belangrijk vindt.“Soms voel ik me nog wel eens alleen of niet gewild, bijvoorbeeld als mijn vrienden afspreken zonder mij. Maar juist dan is het fijn om te weten dat ik altijd die ene vriendin heb. Mensen zeggen wel eens dat eenzaamheid nooit weggaat, maar alleen minder wordt. Ik denk dat eenzaamheid zeker weg kan gaan, maar dat het gevoel van alleen zijn terug kan komen bij kleine tegenslagen, omdat het zo’n herkenbaar gevoel voor me is.”
