De camera’s zoomen in op een voetballer die naar zijn knie grijpt. De brancard komt, het publiek applaudisseert. Maar wat er daarna gebeurt, de maanden van eenzaamheid en het besef dat je vrijwel onzichtbaar bent geworden voor de buitenwereld, dat ziet niemand. Onderzoek toont aan: geblesseerde voetballers worden massaal aan hun lot overgelaten.
De voetbalwereld bevindt zich de laatste jaren in een blessure epidemie. Zo is het aantal hamstringblessures sinds het seizoen 2001/02 met maar liefst 12 procent gestegen. Begin deze eeuw kampte ‘nog maar’ 12 procent van de spelers, uitkomend in een UEFA-competitie, met een blessure aan de achterste bovenbeenspier. Ongeveer een kwart eeuw later is dat percentage gegroeid tot net iets minder dan een kwart (24%), zo blijkt uit cijfers van de UEFA Elite Club Injury Study, een Europees onderzoek naar blessuregevallen bij voetbalclubs die spelen in de Champions League.
Naast het hoofdtoernooi van de UEFA plukken de Europese competities ook de vruchten van de stijgende blessureaantallen. Duik bijvoorbeeld eens in de cijfers van de nummer 1 competitie van de wereld: de Premier League. In Engeland stegen de blessuregevallen van 590 in seizoen 2022-2023 naar 655 in 2023-2024, een toename van 11 procent. Daarnaast steeg het aantal gemiste wedstrijden dubbel zoveel in percentage: van 2.503 naar 3.052.
De mentale klap
FIFPRO, de wereldwijde spelersvakbond, onderzocht in 2024 de mentale gezondheid van 101 mannelijke profvoetballers. De resultaten zijn zorgwekkend : 53 procent had psychische stress, 48 procentproblemen met alcoholgebruik. En de grootste bevinding: geblesseerde spelers hadden meer kans op depressie en bepaalde eetstoornissen.
Bij spelers die een operatie moesten ondergaan, waren de mentale klachten nóg ernstiger. De kans op psychische stress verdubbelde bijna, en ook drugsmisbruik kwam vaker voor. Een eerdere FIFPRO-studie uit 2015 toonde al aan dat bijna vier op de tien actieve profvoetballers symptomen van depressie ervaren. Ter vergelijking: in de algemene bevolking ligt dat rond één op de tien. “We praten niet over mentale gezondheid in het voetbal, of we deden dat niet. Het is nogal een machocultuur, dus mensen praten er niet over”, geeft Vincent Gouttebarge, Chief Medical Officer bij FIFPRO, op verschillende mediaplatformen van de bond aan.

Waarom steeds meer blessures?
Het is een speculatie die vele antwoorden kent, goed of fout. Velen denken te weten waarom de blessureaantallen in een stijgende lijn omhoog blijven gaan. Eén argument steekt er torenhoog bovenuit: de speelkalender. Tijdens het WK 2022 in Qatar gaf meer dan de helft van de spelers aan een blessure te hebben opgelopen of meer kans te lopen op blessures. Bijna de helft ervaarde extreme fysieke vermoeidheid, en één op de vijf kampte met extreem hoge niveaus van mentale en emotionele uitputting.
Topvoetballers spelen tegenwoordig 50 tot 70 wedstrijden per seizoen. Een getal dat niet snel omlaag gaat als het aan de FIFA en de UEFA ligt. Zo zijn er in de laatste twee jaar meerdere toernooien en competities uitgebreid. De Champions League, Europa League en Conference League werden vergroot van 32 naar 36 teams. Het WK kreeg er maar liefst 16 nationale elftallen bij: het groeide van 32 naar 48 landen, wat tevens ook zorgt voor een immense groei in wedstrijden. Bij elkaar opgeteld worden er komende editie 104 wedstrijden gespeeld, dat zijn er 40 meer dan vier jaar terug(!). Tot slot kreeg het Club WK helemaal een metamorfose: het zevenkoppige clubtoernooi(tje) veranderde in een toernooi waar 32 clubs verdeeld over de hele wereld zich voor kunnen kwalificeren.
Daarnaast is er nog een veelvoorkomend probleem: spelers keren te vroeg terug. Onderzoek onder jonge atleten (waaronder voetballers) toont aan dat sporters die binnen negen maanden na een kruisbandblessure terugkeren naar hun sport, zeven keer meer kans hebben op een nieuwe blessure dan sporters die langer wachten.
Zeven keer meer kans. Toch gebeurt het vaak. De druk en de wil om te spelen is enorm. Contracten, transfers, concurrentie en het gevoel om eindelijk weer het veld op te mogen, het weegt allemaal mee. En dus nemen spelers en clubs risico’s. Soms verloopt dat goed en soms moet een speler weer helemaal opnieuw beginnen.

Steun
Studies tonen aan dat voetballers die tijdens hun herstel structureel contact hielden met hun team, 43 procent minder kans hadden op depressieve klachten dan spelers die geïsoleerd revalideerden.
Het verschil? Simpelweg het gevoel erbij te horen. Voor een profvoetballer is zijn sport niet wat hij doet, maar wie hij is. Wanneer dat wegvalt door een blessure, ontstaat een identiteitscrisis. Wie ben ik als ik geen voetballer ben? Wil ik nog wel door als voetballer? Kom ik ooit nog wel terug in mijn vorm? Neem bijvoorbeeld Real Madrid-verdediger Militão, die na een tweede knieblessure twijfelde om te stoppen, ondanks zijn niveau en leeftijd toentertijd (26). “Na mijn tweede knieblessure gingen er veel dingen door mijn hoofd. Ik dacht erover om te stoppen met voetballen”, zei de verdediger van Real Madrid tijdens een persconferentie voorafgaand aan de interlandperiode van oktober 2025. “Het neemt alles van je af. Je routine, het trainen, het spelen. Je moet dan sterk leunen op je familie en geloof.”
Een systeem dat faalt
De cijfers liegen er niet om: blessures nemen toe, uitvalperiodes worden langer en de mentale impact is groot. Onder profvoetballers rapporteert een opvallend deel symptomen van depressie en gevoelens van buitensluiting, aanzienlijk hoger dan in de algemene bevolking. Geblesseerde spelers lopen daarbij aantoonbaar meer risico op psychische klachten en het gevoel van buitensluiting…
