De kloof tussen mbo en hoger onderwijs: een maatschappelijk probleem

De kloof tussen mbo en hoger onderwijs: een maatschappelijk probleem

Mbo-studenten worden in Nederland nog vaak gezien als minder dan hbo en wo studenten. Dit merk je niet alleen in hoe er over hen wordt gepraat, maar ook in wat er gebeurt in het studentenleven. Denk aan het niet mogen deelnemen aan bepaalde activiteiten, zoals introductieweken, festivals of uitgaan. Maar waar komt deze ongelijkheid vandaan?

Wat vind een Hbo student hier dan van?

Volgens student Jelle ligt het probleem vooral in de samenleving. De uitsluiting van mbo’ers komt niet door één oorzaak, maar door meerdere dingen samen. Zo worden er vaak grappen gemaakt over mbo-studenten. Sommige mbo’ers maken die grappen zelfs over zichzelf, zodat anderen het niet meer hoeven te doen. Dit laat zien dat het beeld van mbo’ers vaak negatief is. Veel mensen denken dat mbo alleen over simpele taken gaat, terwijl dat niet klopt. Het mbo is juist heel praktisch en belangrijk voor de maatschappij.

Ook bij sociale activiteiten zie je verschillen. Mbo studenten hebben meestal geen introductieweek, terwijl hbo en wo studenten die wel hebben. Dit komt volgens sommigen doordat mbo’ers vaak jonger zijn en minder snel op kamers gaan. Ook zou er minder initiatief zijn vanuit scholen. Toch zijn dit geen sterke redenen, want deze problemen zijn op te lossen. Het gevolg is wel dat mbo’ers minder snel onderdeel worden van het studentenleven.

Wat vind een universitair student hier nou van?

Isabelle vindt ook dat dit een maatschappelijk probleem is. Volgens haar begint de ongelijkheid al bij de woorden die we gebruiken, zoals “hoger” en “lager” onderwijs. Deze woorden zorgen ervoor dat mensen automatisch denken dat het ene beter is dan het andere. Daardoor ontstaat er een verschil in hoe studenten naar elkaar kijken. Sommige hbo- en wo-studenten denken dat zij beter zijn, en dat vergroot de kloof.

Naast sociale verschillen zijn er ook financiële verschillen. Mbo’ers verdienen gemiddeld minder, maar kunnen soms toch meer moeten betalen, bijvoorbeeld bij bepaalde verzekeringen. Dit roept vragen op. Is dat wel eerlijk? En waar ligt de grens? Waarom zou iemand met een praktisch beroep, dat vaak zwaarder is, meer moeten betalen dan iemand met een kantoorbaan?

Ook speelt de druk om door te studeren een rol. Officieel is het een keuze, maar veel mbo’ers voelen dat het moet. Ze krijgen die druk van school, ouders of de maatschappij. Er wordt vaak gedacht dat je meer kans hebt op een goede baan als je hoger opgeleid bent. Toch is er juist veel vraag naar mbo’ers op de arbeidsmarkt. Ondanks dat, blijft het idee bestaan dat mbo niet genoeg is.

Kortom, de kloof tussen mbo en hoger onderwijs is een groot maatschappelijk probleem. Het zit in hoe we praten, denken en omgaan met elkaar. Als we deze kloof willen verkleinen, moeten we daar samen aan werken. Dat begint met respect en het stoppen van negatieve beelden. Iedereen volgt een andere route, maar dat maakt niemand minder.