Doorstuderen, keuze of vereiste?

Doorstuderen, keuze of vereiste?

Voor veel MBO studenten komt aan het eind van hun opleiding dezelfde vraag namelijk; “ga ik doorstuderen of ga ik het werkveld in?” Wat een normale vraag had moeten zijn zie je dat in de samenleving zoals die nu is er een norm is. Namelijk, doorstuderen maar waarom?

In Nederland is er op de een of andere manier een tendens ontstaan om je verplicht te voelen om door te studeren. Want zo wordt er gedacht hoe hoger je niveau hoe groter de kans op baanzekerheid. Niks is echter minder waar sterker nog de vraag naar Mbo’ers is hoger dan ooit. Toch zie je dat veel mbo’ers zich verplicht voelen door te studeren. Hoe dit komt? Vaak door druk vanuit docenten, ouders of vrienden en familie. 

Het doorstuderen na het behalen van een mbo-diploma wordt in Nederland officieel gezien als een vrije keuze. Mbo-afgestudeerden zijn wettelijk niet verplicht om na hun opleiding verder te leren. Zodra de kwalificatieplicht eindigt, meestal rond het achttiende levensjaar, mogen studenten zelf beslissen of zij gaan werken of een vervolgopleiding volgen. Dit betekent dat doorstuderen op papier een persoonlijke keuze is.

en in de praktijk dan?

In de praktijk laat het Nederlandse onderwijssysteem echter zien dat doorstuderen sterk wordt gestimuleerd. Het mbo is ingericht als onderdeel van een doorlopende leerroute, waarbij de overstap naar het hbo als een logische volgende stap wordt gezien. Zo hebben mbo-4-gediplomeerden recht op doorstroom naar het hbo en bestaan er speciale programma’s die deze overstap makkelijker moeten maken. Hierdoor ontstaat het beeld dat een mbo-diploma vaak niet wordt gezien als eindpunt, maar als een tussenfase in de opleiding.

Ook cijfers ondersteunen dit beeld. Uit gegevens van OCW in Cijfers blijkt dat ongeveer een derde van de mbo-4-studenten direct doorstroomt naar het hbo. Daarnaast kiest een deel van de mbo-afgestudeerden er later alsnog voor om verder te studeren. Dit laat zien dat doorstuderen voor veel mbo’ers geen uitzondering is, maar een veelvoorkomende stap. Het feit dat deze doorstroom structureel plaatsvindt en actief wordt ondersteund, wijst erop dat het onderwijs hier ook op is ingericht.

Naast het onderwijs speelt de arbeidsmarkt een grote rol in de vraag of doorstuderen een keuze of een vereiste is. Met een mbo-diploma komen veel jongeren terecht in uitvoerende functies. Voor doorgroei, hogere salarissen en meer verantwoordelijkheid wordt vaak een hbo-opleiding gevraagd. Zonder vervolgopleiding kunnen mbo’ers sneller tegen een grens aanlopen in hun loopbaan. Het Centraal Planbureau geeft aan dat doorstuderen na het mbo de kans op betere banen en meer carrièrekansen vergroot.

Oftewel?

Hoewel mbo’ers formeel vrij zijn om na hun diploma te gaan werken, zorgt de combinatie van onderwijsbeleid en arbeidsmarkteisen ervoor dat doorstuderen in de praktijk vaak noodzakelijk is. Voor mbo’ers die zich verder willen ontwikkelen en hun kansen willen vergroten, voelt doorstuderen daardoor minder als een echte keuze en meer als een vereiste binnen het huidige systeem.