Niet passend schooladvies blijft nieuwkomers achtervolgen

Voor veel nieuwkomers stopt het probleem niet bij het schooladvies in groep 8. Ook in de brugklas voelen zij de gevolgen. Ze starten op een te laag niveau, lopen tegen taalproblemen aan en passen hun toekomstplannen aan. Dat gebeurt ook bij Bilal en Basil, twee leerlingen die dit schooljaar begonnen op De Singel (praktijkonderwijs). De jongens kwamen vanuit het buitenland naar Nederland en kregen extra taalondersteuning op de basisschool. Toch stroomden ze door naar een te laag niveau. Niet omdat ze niet wilden leren, maar omdat taal zwaar meeweegt bij het schooladvies. In de brugklas merken ze dat verschil meteen. De lessen gaan sneller. De begeleiding is minder persoonlijk. Voor nieuwkomers betekent dat extra druk. Ze moeten nieuwe vakken volgen en tegelijk blijven werken aan hun Nederlands.

“Ik wil meer leren”

Bilal vertelt dat school soms zwaar is. “Ik wil meer leren,” zegt hij. “Maar het is moeilijk.” In de pauzes voelt hij zich niet altijd veilig. Andere leerlingen doen vervelend. Er wordt geduwd en gelachen. Dat maakt school minder leuk en zorgt voor stress. Ook zijn toekomstplannen zijn veranderd. Bilal wilde vroeger dokter worden. Dat ziet hij nu niet meer zitten. “Dat is te moeilijk met taal,” zegt hij. Nu droomt hij van een carrière als voetballer. “Dat vind ik leuk en dat kan ik goed.”

Volgens leerkracht Daniëlle Manders is dit herkenbaar. Zij begeleidde de jongens in groep 8. “Je ziet dat leerlingen hun dromen aanpassen aan het niveau waar ze terechtkomen,” zegt ze. “Niet omdat ze minder ambitie hebben, maar omdat ze denken dat andere beroepen onhaalbaar zijn.” Ook Basil merkt dat. Hij wilde eerst een ander beroep kiezen, maar denkt nu aan werken in de ICT. “Dat lijkt mij beter passen bij mijn niveau,” zegt hij. Toch voelt hij dat zijn mogelijkheden kleiner zijn geworden. “Ik moet meer moeite doen om verder te komen.” Manders ziet dat dit effect heeft op de motivatie. “Als leerlingen het gevoel hebben dat hun kansen kleiner zijn, gaan ze zichzelf ook kleiner maken,” legt ze uit. “Ze doen minder hun best. Ze geloven minder in zichzelf.”

Taal speelt een grote rol

In de brugklas wordt veel gelezen en geschreven. Niet alleen bij Nederlands, maar ook bij andere vakken. Voor nieuwkomers blijft dat lastig. “Als je een tekst niet goed begrijpt, haal je lagere cijfers. Dat werkt door in alles,” zegt Manders. Daar komt bij dat brugklassen vaak groot zijn. Docenten hebben weinig tijd per leerling. Voor nieuwkomers betekent dat dat problemen soms blijven liggen. Extra hulp is er niet altijd. Daardoor blijven leerlingen hangen op hetzelfde niveau.

Volgens Manders ontstaat zo een soort van vicieuze cirkel. “Te laag advies zorgt voor minder vertrouwen. Minder vertrouwen zorgt voor minder inzet. En dat maakt doorgroeien lastiger.” Toch ziet zij ook hoopvolle momenten. “Je ziet leerlingen groeien. In het begin zijn ze stil. Later durven ze meer te praten. Soms zeggen ze ineens een hele zin in het Nederlands. Dan zie je ze lachen. Dan weet je dat er meer in zit.” Ze vindt dat scholen meer moeten investeren in begeleiding in de brugklas. Denk aan extra taallessen, kleinere groepen en betere overdracht van basisschool naar het voortgezet onderwijs. “Niet alleen cijfers moeten tellen, maar ook motivatie en ontwikkeling.”

In een videoreportage van NoCap Media vertellen Bilal en Basil zelf wat een laag schooladvies met hen doet en geeft Manders meer uitleg over het probleem: