Nieuwkomers in groep 8 krijgen vaak laag schooladvies door taal, niet door niveau

Nieuwkomers die starten in de bovenbouw van het basisonderwijs, krijgen meestal een lager schooladvies. Dat komt niet doordat ze minder slim zijn, maar doordat ze de Nederlandse taal nog niet goed genoeg beheersen. Dat vertelt basisschoolleerkracht Daniëlle Manders. Zij begeleidde Bilal en Basil, twee jongens die vorig schooljaar in haar klas zaten en nu in de eerste van het praktijkonderwijs.
Manders geeft les aan bovenbouwleerlingen in Heesch. De school waar zij lesgeeft werkt met taalklassen voor kinderen die Nederlands als tweede taal leren. “Niet elke gemeente heeft zo’n klas,” zegt ze. “Maar hier krijgen nieuwkomers extra taalondersteuning. Toch blijft het lastig.”
Bilal en Basil
Nieuwkomers Bilal en Basil spraken bij binnenkomst al redelijk Nederlands. Toch liepen ze vast op school. Vooral lezen en begrijpend lezen zorgden voor problemen. “Ze konden praten, maar schooltaal is veel moeilijker,” legt Manders uit. “Dan zie je dat leerlingen soms niet willen lezen, omdat ze zich schamen. Ze zijn twaalf of dertien en moeten boekjes lezen van groep drie. Dat voelt niet goed.”
Volgens de leerkracht speelt taal een grote rol bij het schooladvies. “Als je niet goed kunt lezen en begrijpen, lijkt praktijkonderwijs vaak de enige optie. Niet omdat het niveau laag is, maar omdat je zonder taal niet mee kunt in andere leerwegen.”
Basil is 13 jaar en woont in Heesch. Hij zit nu op De Singel (praktijkonderwijs). Hij vertelt dat hij graag meer wil leren. “Ik wil naar een andere school en nog meer leren,” zegt hij. Toch vindt hij het soms lastig. Op school doen andere leerlingen vervelend tegen hem. “In de pauze duwen ze soms. Dan zeg ik er iets van, maar ze luisteren niet.”
Ook het schooladvies had impact. Bilal wilde eerst dokter worden. Dat is voor hem nu te ver weg. “Als je theoretisch wilt leren, moet je de Nederlandse taal goed beheersen,” zegt Manders “Dat weten deze kinderen ook. Ze begrijpen dat hun droom moeilijker wordt.” Volgens haar passen veel nieuwkomers zich aan. “Ze leggen zich erbij neer. Ze denken: dit is mijn plek. Terwijl je soms ziet dat er veel meer in zit.”
Slecht beeld van nieuwkomers
De leerkracht vindt dat nieuwkomers vaak te snel beoordeeld worden. “Ze komen in een nieuw land, ze spreken de taal niet goed, ze hebben soms heftige dingen meegemaakt. En dan moeten ze binnen één schooljaar laten zien wat ze kunnen. Dat is niet eerlijk.”
Ze merkt dat er buiten school ook snel een oordeel wordt gevormd. “Mensen zeggen soms dat deze gezinnen huizen afpakken. Maar zo werkt het niet.”
“Niemand vraagt naar hun verhaal.”
“Deze kinderen kiezen hier niet voor. Ze moeten alles opnieuw opbouwen.” Toch ziet Manders ook positieve veranderingen. “Je ziet ze groeien. In het begin zijn ze stil. Later durven ze meer te praten. Soms zeggen ze ineens een hele zin in het Nederlands. Dan weet je waar je het voor doet.”
Volgens haar hebben scholen meer tijd en ruimte nodig om nieuwkomers goed te begeleiden.
“Je kunt niet verwachten dat iemand in één schooljaar hetzelfde niveau haalt als een leerling die hier is opgegroeid”
Meer over dit probleem? Lees hier het onderzoek van LOWAN en de PO-Raad over schooladvies bij nieuwkomers.
Liever meer lezen over de gevolgen die ook later zichtbaar blijven? Lees hier hoe een laag schooladvies nieuwkomers blijft achtervolgen.