
Voor kinderen die net in Nederland zijn, is de overstap van de basisschool naar de middelbare school een spannend moment. In groep 8 wordt bepaald op welk niveau zij hun schoolloopbaan gaan vervolgen. Uit een position paper van LOWAN en de PO-Raad blijkt dat deze overstap lastig is voor kinderen of jongeren die nog maar kort in Nederland wonen en hier onderwijs volgen. Ze zijn vaak vanuit een ander land naar Nederland gekomen en beheersen de Nederlandse taal nog niet of nog niet goed genoeg. Dit zorgt ervoor dat hun proces vaak niet eerlijk verloopt. Toetsen sluiten niet goed aan, schooladviezen missen een stevige basis en de ondersteuning verschilt heel erg per regio.
Een groot probleem is de taal. Veel nieuwkomers beheersen het Nederlands nog niet voldoende wanneer zij al in groep 8 zitten. Toch maken zij vaak dezelfde toetsen als leerlingen die al jarenlang Nederlands spreken. Deze toetsen zijn sterk taalgericht en geven daardoor geen goed beeld van wat een leerling echt kan. Het gevolg is dat nieuwkomers lager scoren dan hun werkelijke niveau, wat invloed heeft op hun schooladvies.
Speciale testen
Naast deze toetsen eisen veel middelbare scholen een IQ-test voordat zij een nieuwkomer toelaten. In de praktijk worden deze tests te vaak afgenomen zonder een bevoegd specialist, terwijl dit wettelijk verplicht is. Ook ontbreekt vaak de kennis bij scholen om de resultaten goed te verklaren bij leerlingen die de Nederlandse taal nog niet voldoende beheersen. Hierdoor worden nieuwkomers onderschat.
Uit onderzoek van LOWAN en de PO-Raad blijkt dat nieuwkomers gemiddeld een schooladvies van een half niveau lager krijgen dan hun klasgenoten.
Dat deze adviezen niet altijd kloppen, wordt vaak pas later zichtbaar voor de scholen. Nieuwkomers stromen op de middelbare school vaker op dan andere leerlingen dat doen. Ook wordt hun schooladvies na de doorstroomtoets of na enkele schooljaren soms alsnog verhoogd. Dit laat zien dat het eerste advies te laag was. Voor leerlingen betekent dit dat zij starten op een niveau dat niet bij hen past.
geen landelijke richtlijn
Wat de situatie moeilijker maakt is dat er geen landelijke richtlijn bestaat voor het schooladvies van nieuwkomers. Elke regio heeft een eigen aanpak. Sommige regio’s bieden extra ondersteuning, zoals taalklassen of een extra jaar in het basisonderwijs. In andere regio’s is deze ondersteuning er helemaal niet. Of een leerling hulp krijgt, hangt vaak af van het budget en de inzet van school en gemeente. Dit maakt de ongelijkheid tussen leerlingen alleen maar groter.
LOWAN en de PO-Raad zetten zich daarom in voor een landelijke aanpak. Zij willen duidelijke richtlijnen voor schooladviezen aan nieuwkomers die overal in het land gelden. Ze dringen ook aan op ontwikkeling van toetsen in meerdere talen die het niveau eerlijk meten. Ook pleiten zij voor latere selectie, zodat leerlingen meer tijd krijgen om de Nederlandse taal te leren. Daarnaast is volgens hen een goede en soepele overdracht tussen basisscholen en middelbare scholen erg belangrijk. Niet alleen toetsresultaten, maar het volledige beeld van de leerling moet worden meegenomen. Tot slot is er langdurige taalondersteuning nodig in elke regio, zodat nieuwkomers ook na de overstap naar het voorgezet onderwijs voldoende begeleiding blijven krijgen.
In een videoreportage van NoCap Media vertellen Bilal en Basil zelf wat een laag schooladvies met hen doet:
LOWAN-PO & PO-Raad. (2024). Kansrijk adviseren voor nieuwkomersleerlingen: Position paper overgang po-vo. https://www.lowan.nl