Als goed nooit goed genoeg is

Stap één moment in de schoenen van iemand die zich altijd te kort voelt schieten. Dit gedicht probeert een gevoel te vangen dat moeilijk te beschrijven is, maar dat in woorden en ritme krachtig naar voren komt. Terwijl je leest, zie je door de ogen van iemand die voortdurend denkt: Wat ik doe is nooit genoeg.”

 Voel de twijfel, de onzekerheid, maar ook de menselijkheid achter die gedachte.

Nooit Genoeg

Elke ochtend word ik wakker met een stem die fluistert,
een stem die zegt dat wat ik doe nooit genoeg zal zijn.
Ik kijk in de spiegel en zie een gezicht dat moe oogt,
niet omdat ik niet leef, maar omdat ik steeds meet
aan een standaard die ik nooit kan raken.

Op school, op werk, in de vriendschappen die ik heb,
voel ik altijd dat ik tekortschiet, dat ik niet meetel.
Anderen lijken te glanzen, moeiteloos te winnen,
en ik strompel achter hen aan, mijn handen vol
met dingen die ik nooit goed genoeg doe.

Ik probeer harder, langer, slimmer, beter.
Elke taak, elke poging, elke dag opnieuw.
Maar het resultaat voelt vaak leeg, onzichtbaar, niet voldoende.
Ik hoor de woorden “goed gedaan” soms,
maar ze glijden weg, als water door mijn vingers.

En dan zijn er de kleine momenten,
de glimlach die ik niet krijg, het compliment dat ik niet hoor,
de belofte die ik aan mezelf niet kan nakomen.
Ze stapelen zich op als stenen in mijn borst,
zwaar, ongemakkelijk, altijd aanwezig.

Ik zie mijn vrienden lachen, zonder zorgen,
en ik vraag me af waarom ik altijd moet vechten.
Waarom voelt het alsof wat ik doe nooit genoeg is?
Waarom voelt mijn hart vaak kleiner dan dat van anderen,
alsof mijn bestaan minder gewicht heeft?

Er is een stem van hoop, diep vanbinnen,
maar hij wordt overstemd door de echo van twijfel.
“Je bent niet goed genoeg, je bent niet slim genoeg,
je bent niet mooi genoeg, je bent niet belangrijk genoeg.”
Die woorden snijden dieper dan iemand ooit kan zien.

Soms wil ik stoppen, alles laten vallen,
niet meer proberen, niet meer voelen, niet meer strijden.
Maar dan herinner ik me dat er een reden is dat ik blijf staan,
dat ik blijf bewegen, zelfs als het moeizaam is,
zelfs als het voelt alsof ik nooit genoeg zal zijn.

Ik begin te begrijpen dat perfectie een mythe is,
dat vergelijken met anderen een valstrik is.
Misschien zal ik nooit voldoen aan elk ideaal,
maar dat betekent niet dat ik niet waardevol ben,
niet dat ik niet besta, niet dat ik niet belangrijk ben.

Elke dag is een gevecht, een test van doorzettingsvermogen,
maar ook een kans om te leren, te groeien, te accepteren.
Mijn fouten maken me niet minder, mijn onzekerheden ook niet.
Ik ben genoeg, ook als ik het niet altijd voel.
En misschien is dat de grootste overwinning van allemaal:
dat ik leef, ik voel, ik probeer, en dat alleen al genoeg is.