Mbo’ers worden vaak gezien als minder. Hoe dit zich uit, is bijvoorbeeld door exclusie van studentenactiviteiten. Lager opgeleid genoemd worden, of zelfs financiële voordelen missen bij bijvoorbeeld verzekeringen. Maar waar komt deze uitsluiting vandaan en bovenal, waarom?
Die uitsluiting zit hem niet noodzakelijk in één punt, maar meer in een verzameling van factoren. Denk bijvoorbeeld aan hoe er vaak grappen over worden gemaakt. Ik betrapte mezelf er vaak op dat ik zei: “oh sorry, dat is ook zo, maar ja ik doe maar MBO”. Want als ik de grap zelf maakte, hoefde niemand anders dat te doen. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Het laat zien hoe genormaliseerd het beeld is dat het MBO ‘minder’ zou zijn.
En in sociale scenario’s dan?
Dat beeld is ook erg vervreemd. Zo denken studenten vaak dat mbo’ers zich bezighouden met simpele dingen of zelfs basisdingen als sommetjes maken. Terwijl de realiteit veel verder ligt. Mbo’ers worden opgeleid voor beroepen waar de samenleving letterlijk op draait: zorg, techniek, bouw, logistiek, veiligheid. Sectoren waar nu grote tekorten zijn en waar juist vakmanschap en verantwoordelijkheid centraal staan. Toch wordt deze kennis en kunde zelden als ‘intellectueel’ gezien, simpelweg omdat ze niet academisch is.
“Studenten denken vaak dat mbo’ers zich bezighouden met simpele dingen of zelfs basisdingen zoals sommetjes maken”
Maar buiten de tendens van leeftijdsgenoten, vrienden en andere studenten, spelen er ook structurelere dingen mee. Waarom mogen mbo’ers bepaalde clubs niet in? Dit zou dan komen vanwege een zogenaamd veiligheidsrisico en een te groot verschil tussen studenten. Introweken zijn daar een mooi voorbeeld van. Er is vaak geen introductieweek voor mbo-studenten in studentensteden. Dit zou komen door een gebrek aan initiatief van de scholen zelf en het idee dat mbo’ers de stad minder ‘beleven’, omdat de gemiddelde mbo’er niet op kamers woont.
Wat hier gek aan is, is dat beide argumenten te verklaren zijn. De gemiddelde mbo-student is vaak jonger dan een hbo- of wo-student. Juist daardoor zie je dat veel mbo’ers in een overgangsfase zitten: voor het eerst een nieuwe opleiding, nieuwe omgeving en soms juist wél de stap richting zelfstandigheid. Het gebrek aan initiatief vanuit scholen is ook niet los te zien van hoe mbo-studenten worden gezien. Initiatieven stranden regelmatig omdat het beeld bestaat dat mbo’ers ‘niet meekunnen’ of ‘niet passen’ binnen het studentenleven.
Waar zit het hem dan nog meer in?
Dan hebben we nog een probleem buiten het sociale domein en de beperkingen die worden opgelegd binnen het studentenleven: de financiële kant. Waarom zouden mbo’ers financieel gezien meer benadeeld moeten worden? Denk aan verzekeringen waarbij hoger opgeleiden korting krijgen, omdat zij zogenaamd minder risico zouden vormen. Maar waar trekken we dan de grens?

Dan hebben we nog een probleem buiten het sociale domein en de beperkingen die worden opgelegd binnen het studentenleven: de financiële kant. Waarom zouden mbo’ers financieel gezien meer benadeeld moeten worden? Denk aan verzekeringen waarbij hoger opgeleiden korting krijgen, omdat zij zogenaamd minder risico zouden vormen. Maar waar trekken we dan de grens?
Moet een mbo’er meer betalen voor een zorgverzekering omdat die vaker een fysiek beroep heeft? Terwijl iemand met een kantoorbaan juist meer kans heeft op stress, burn-out of langdurige uitval? Als mbo’ers gemiddeld minder verdienen, waarom zouden ze dan relatief meer moeten betalen voor verzekeringen en andere vaste lasten? Dit soort regelingen versterken het idee dat opleidingsniveau gelijkstaat aan ‘waarde’ of ‘betrouwbaarheid’, terwijl daar geen eenduidige rechtvaardiging voor is.
Wat ik probeer te zeggen is: waar trekken we de grens?
Kortom, onzin dus. Er rust een taboe op het mbo dat ontmanteld zou moeten worden vanuit alle kanten. Niet alleen door beleidsmakers of scholen, maar ook door studenten zelf. Spreek je vrienden aan als ze denigrerend doen. Vraag een keer of iemand mee wil naar je studentenavond. En laten we vooral stoppen met mbo’ers bestempelen als lager opgeleid, alsof dat iets zegt over intelligentie, ambitie of bijdrage aan de samenleving.
